Interviews: ‘best practice’ ASiB scholen

Sterker worden met taal

Over oude grenzen gaan en veranderen om je onderwijs te optimaliseren. Dat bleek OBS De Wereldwijzer in Hoorn wel toevertrouwd. Hun nieuwe werkwijzen, zeker op het gebied van taal, zijn inmiddels opgevallen. Binnenkort openen ze dan ook hun deuren als bezoekschool voor het project ‘Alle Scholen in Beweging’. 

‘Het onderwijs dat we hier hadden ingezet, paste niet meer bij de nieuwe leerlingenpopulatie’

De Hoornse wijk waarin OBS de Wereldwijzer staat, is inmiddels een jaar of dertig oud. Ooit was het een witte buurt, nu een multiculturele en dat is terug te zien in de bevolking van Wereldwijzer. Die bestaat nu voor 60 procent uit kinderen met een andere culturele achtergrond en de meeste leerlingen komen uit sociaal zwakkere milieus. De sfeer op school is aangenaam en het ademt er betrokkenheid en ondernemerschap. Er is geen plek onbezet en geen muur onbehangen. Overal werken kinderen en overal is taal zichtbaar gemaakt. Van de taalmuur bij de peuters tot de prominent aanwezige bibliotheek waar leerlingen zelf de scepter zwaaien. Deze maand is er het schoolbrede thema Grootmoeders Tijd. Op dat onderwerp is het middaglesprogramma grotendeels afgestemd, wanneer de kinderen zelfstandig werken in units (I-groep 1,2,3, II-groep 4,5 en III-groep 6,7 en 8).

Flinke veranderslag
Ooit was dit schoolconcept een ander. ‘Maar het onderwijs dat we hier hadden ingezet – de methoden en de manier van lesgeven – paste niet meer bij de nieuwe leerlingenpopulatie’, legt huidige directeur Marietje de Jong uit. ‘De leerniveaus van de kinderen waren veel meer gaan verschillen. En toen we een onderwijskansenschool konden worden, zijn we gaan kijken naar de invloed van het onderwijs op de kinderen en of de lessen hen wel genoeg opleverden. Dat was twaalf jaar geleden en sindsdien hebben we een flinke veranderslag gemaakt.’ De school zette daarbij vooral in op de scholing van het personeel en het pedagogisch klimaat.
In 2006 kwam het tot een directiewissel, waarna de school een TOM-school werd. TOM staat voor Teamonderwijs Op Maat, een integrale aanpak voor verandering en vernieuwing met meer individuele aandacht voor leerlingen en een gemotiveerd onderwijsteam. Bouwstenen van TOM zijn het leren in kern- of basisgroepen, lesgeven in multidisciplinaire teams en het werken op verschillende leer- en werkplekken in de school.
‘Maar voor we op deze manier gingen werken, was ons team nog behoorlijk sceptisch’, vertelt De Jong. ‘Dat kwam vooral omdat het nog een leeg begrip was, dus we moesten een noodzaak creëren, laten voelen wat het was. Na drie dagen op de hei konden we voor de bovenbouw eensgezind het veranderingstraject gaan inzetten. Om dit onderbouwd te kunnen doen,  hebben we de Kijkwijzer gebruikt: een inventarisatie-instrument dat onder meer laat zien waar het team naartoe wil op persoonlijk vlak en wat betreft leeromgeving en organisatie. Volgens het TOM-principe zul je ook altijd naar deze drie pijlers moeten kijken, wil je echt iets bereiken.’

Heel stoer
Na een middag brainstormen met het hele team, onder begeleiding van onderwijsadviesbureau KPC lag er een nieuw beleid voor unit 3. ‘Heel stoer hebben we meteen besloten geen bestaande methoden voor Taal en Wereldoriëntatie meer te gebruiken, maar die zelf te gaan maken aan de hand van thema’s die zijn gekozen op basis van de kerndoelen Wereldoriëntatie en tussendoelen Taal.’ 

Inmiddels krijgen in de ochtend alle leerlingen in hun basisgroep les in de cursorische vakken, waarbij taal een voorname plek heeft. Leerkrachten van de andere units zagen het enthousiasme en de motivatie van de leerlingen en van hun leerkrachten, en toen ontstond ook daar het verlangen om op deze manier te gaan werken. Goed leren lezen vindt het team een voorwaarde, omdat daarmee alle andere vaardigheden kunnen worden aangesproken. Daartoe werkt unit 3 van Wereldwijzer met Taalwerkplaats en Ontdekwerkplaats, rekening houdend met de verschillende leerstijlen van kinderen. ’s Middags zijn ze bezig in de units, gecoached door hun leerkracht, aan de hand van een opdrachtenkaart.

Bewuster leren
‘We ontdekten dat de opbrengsten omhoog zijn gegaan’, stelt de schooldirecteur. ‘Vooral omdat de leerling nu meer eigenaar is geworden van zijn of haar eigen leerproces. Dat gaat zo ver dat we ze ook op de hoogte brengen van de toetsresultaten. In de bovenbouw weten ze ook precies wat ze moeten doen om verder te komen. Ze werken niet meer voor de juf of de meester, maar voor zichzelf. Ze zijn veel meer zelfredzaam en zelfleerzaam en dus veel bewuster aan het leren.’ 

Taal is de rode draad in het onderwijs bij Wereldwijzer, benadrukt ze. ‘Want wat je ook doet in het leven, taal heb je altijd nodig. Je kunt nog zo’n goede rekenaar zijn, maar als taal een dilemma voor je is, zul je bij instructies veel missen. Kinderen die net uit een andere cultuur komen, kunnen misschien goed rekenen, maar met instructie missen ze een slag. Ik ben ervan overtuigd dat je hen in alle vakken sterker maakt met taal.  In dat licht hebben we in 2007 meegedaan aan de taalpilot Onderwijsachterstanden, waarbij we hebben ingezet op doelgericht werken. Daarvoor zijn we aan de slag gegaan met Woorden in de weer, een aanpak voor woordenschatuitbreiding en -verrijking. Centraal staat de leerkracht, die vaardigheden ontwikkelt en methoden en technieken leert in te zetten om in elke lessituatie woorden uit te kunnen leggen en ermee te oefenen, ook voor minder snelle leerlingen met onvoldoende woordenschat. Daarmee is woordenschat ingebed in de lessen en niet meer een losse activiteit. Natuurlijk vragen dergelijke processen leiderschap en aansturing, maar het veranderingsproces in deze school wordt toch vooral gedragen en uitgevoerd door het team.’ 

Dus inmiddels is De Wereldwijzer doordrenkt van taal. In de school wordt altijd alleen Nederlands gesproken en ouders worden op het hart gedrukt thuis alleen in de eigen taal te spreken, zodat daar dan op school de Nederlandse labels aan kunnen worden gehangen en ‘reparatie’ van taal wordt voorkomen. Al bij de kleuters staan taal en boekjes centraal, waarbij het gaat om de beleving en bewustwording van het fenomeen letters, klank en  woorden. Op een vast moment van de dag zitten ze met een boekje of ze worden voorgelezen. Een boekje lezen is fijn en leuk, dat is het idee. En de oudere  kleuters hebben dat al begrepen, zij ‘lezen’ de jongere graag boekjes voor. 

Bezoekschool voor Alle Scholen in Beweging
De voortvarendheid van de school viel op bij de vereniging van TOM-scholen, onderwijsadviesbureau KPC en het bureau Pilots Taalbeleid Onderwijsachterstanden. Er volgden verschillende verzoeken of de – inmiddels uitgeroepen als beeldbepalende – TOM-school workshops en presentaties wilde geven. En zo is het balletje gaan rollen. Inmiddels ontvangt Wereldwijzer als open TOM-taalschool jaarlijks een aantal keer collega’s uit het hele land die komen kijken hoe de school werkt met opbrengstgericht werken en het deels loslaten van een taalmethode. De bezoekende school geeft van tevoren wel aan wat hun ‘kijkvraag’ is. 

De Jong: ‘We ontvangen hen met een lunch, presentatie en rondleiding, waarbij ook ouders en kinderen helpen. Scholen kunnen hier veel halen. Willen ze formats of formulieren die wij al hebben ontwikkeld, dan kunnen ze die krijgen. Het is de bedoeling dat het bij Alle Scholen in Beweging precies zo gaat werken. We hebben inmiddels een aardig netwerk opgebouwd, we worden er zelf ook blij van en raken erdoor gestimuleerd, want leuke en kritische vragen kunnen we waarderen. Het houdt ons scherp en het leidt tot zelfreflectie. We steken er veel tijd en energie in, maar krijgen er ook veel voor terug. We kunnen er nieuwe materialen voor kopen of excursies van organiseren. Dat is ook meer mogelijk omdat we ook geen taal- en wereldoriëntatiemethoden meer hoeven aan te schaffen. Zo halen we de wereld de school in, maar kan de school ook zelf wereld in. Onze beweging mag duidelijk zijn.’ 

En al die inspanningen hebben inmiddels ook wat opgeleverd, besluit de directeur: ‘De leeropbrengsten worden inmiddels schoolbreed in kaart gebracht, individueel en groepsgewijs. Alle scores hangen op een datamuur, heel transparant. Van daaruit kijken we wat nog nodig is en zodoende kunnen we ons beleid aanscherpen. Daarbij gaat de energie nu voornamelijk naar eindopbrengst van de entreetoets van groep 7. Zo kun je kinderen nog een jaar een kans geven om specifiek aan een leergebied te werken. We kunnen in elk geval zeggen dat de opbrengsten zijn vooruitgegaan. Dat zien we ook aan de uitstroom van leerlingen. Realiteit is wel dat we nog steeds kinderen hebben die naar de praktijkschool moeten. Maar als we hebben gezorgd voor een goed zelfbeeld en competenties, dan komen zij er in deze wereld ook. We bereiden hen voor op de wereld, en daarin is taal heel belangrijk.’ 

Het project ‘Alle Scholen in Beweging’ organiseert in de periode 2009-2011 activiteiten om scholen en schoolbesturen aan te zetten tot duurzame verbetering van het taal- en rekenonderwijs. Het delen van kennis en ervaring staat centraal, waarbij scholen gestimuleerd worden bij elkaar ‘in de keuken’ te kijken. Op verzoek van de PO-Raad is aan de uitvoeringsgroep van EDventure, Kennisnet en de gezamenlijke Landelijke Pedagogische Centra (APS, CPS, KPC Groep) gevraagd het project uit te voeren.  

Nadere informatie kunt u vinden op: www.allescholeninbeweging.nlTekst: Hedda Schut, in opdracht van EDventure
Foto: Hans Hordijk

Weer scherp door ‘Alle Scholen in Beweging’ rekenaudit

De Haagse John F. Kennedyschool was toe aan een herziening van hun visie. Ook het rekenonderwijs op de Montessorischool mocht daarbij stevig onder de loep worden genomen. Directeur Patricia Striekwold koos voor de rekenaudit van het project ‘Alle Scholen in Beweging’ en kreeg nieuwe, werkbare handvatten aangereikt om verbeteringen te kunnen doorvoeren.     

'Het heeft ons opgeleverd dat we nu gerichter aan de vernieuwing van ons rekenonderwijs kunnen gaan werken’

Verscholen tussen lage flats in de Haagse wijk Mariahoeve ligt de John F. Kennedyschool, waar al meer dan vijftig jaar Montessorionderwijs wordt gegeven. Vroeger had de instelling meer een streekschoolfunctie voor leerlingen van hoger opgeleide ouders die meer bewust voor deze onderwijsvorm kozen. Nu is het een combinatie met een buurtschool, met 238 kinderen van lager en hoger opgeleide ouders waarvan een aantal afkomstig is uit het buitenland. Meer leerlingen hebben nu een leerachterstand en een lager leerniveau. De betrokkenheid van het team is groot. Dat wil het beste uit de kinderen halen, vertelt directeur Patricia Striekwold. ‘Het gaat daarbij niet alleen om resultaten, maar ook om hoe leerlingen zich voelen. Als leerkracht heb je toch een belangrijke rol in hun ontwikkeling. Als je ze kunt helpen in hun ontwikkeling – cognitief en sociaal-emotioneel – dan is dat prachtig. Wij hebben een team dat daar ook echt voor gaat.’   

‘In principe werkt het montessorionderwijs niet met methoden’, verklaart ze vervolgens de werkwijze van de school. ‘Ieder kind acteert op zijn eigen niveau. Als het behoefte heeft om drie dagen alleen maar met breuken bezig te zijn, dan zou dat kunnen. Alleen: zich de leerstof eigen maken met behulp van Montessori-materiaal kan niet meer door de hedendaagse eisen die aan de leerstof worden gesteld. Dat waren niet alleen de bevindingen van de inspectie, maar ook intern en binnen de Montessorivereniging vonden we de resultaten niet goed. Dus zo’n zeven jaar geleden zijn we van onze stelregel af gestapt en hebben we gekozen voor methoden voor onder andere rekenen, spelling,  schrijven en begrijpend lezen. Voor rekenen kwam de methode Talrijk.’ 

Dilemma
De school koos voor methoden en er worden Cito-toetsen afgenomen. ‘We hadden dus die behoefte, terwijl toetsen in het montessorionderwijs eigenlijk vloeken in de kerk is’, zegt Striekwold. ‘Maar we hadden te weinig zicht op de ontwikkeling van onze kinderen. Op deze manier zou dat wel lukken en konden we meer vat krijgen op hun ontwikkelingen, waarmee we eerder kunnen inspelen op eventuele achterstand. Een dilemma was wel dat we dan in de situatie zouden komen met methoden in een samengestelde groep. Klassikaal les en individuele begeleiding tegelijk levert fricties op: leerkrachten zijn dan toch voornamelijk bezig met instructielessen aan een groepje, terwijl ze niet toekomen aan individuele begeleiding.’ 

Dat was ook niet wat de J.F. Kennedyschool wilde. Dus inmiddels zit het team  in een visieontwikkeling en kijken ze gezamenlijk naar waar zij als Montessorischool willen staan. Natuurlijk wordt daarbij in het oog gehouden wat er al in huis is, en dat biedt veel positieve input. Sinds vorig jaar werkt de school ook met trendananalyses op individueel, groeps- en schoolniveau, en worden tevens vaardigheidscurves bijgehouden. Op deze manier wordt bijgehouden of een leerling groei heeft doorgemaakt of dat er sprake is van  achteruitgang, zodat leerkrachten tijdig kunnen bijsturen. 

Beter scoren
Striekwold:‘Bij die trendanalyses letten we op rekenen en lezen, en daarin constateerden we een lichte daling. En al zitten we op voldoende niveau, we vinden dat we beter moeten kunnen scoren. Dus we onderzoeken op deelgebieden hoe we resultaten omhoog kunnen krijgen en hoe we onze visie helder krijgen en rekenen en taal daarop verder kunnen uitwerken.’ 

Toen de school op dat punt was, zag de directeur het aanbod voor een rekenaudit van het project ‘Alle Scholen in Beweging’ voorbijkomen. ‘We waren toe aan heel kritisch kijken naar ons eigen rekenonderwijs. Wat was er dus mooier dan die rekenaudit, waarmee we in een keer – ingekaderd – aandachtspunten kregen aangereikt. Ik had zelfs verder willen gaan met het rekenverbetertraject, maar daar kregen we op te horen dat het niet mogelijk was omdat onze resultaten te goed waren. We wilden, voor het schip echt zou zinken, actie ondernemen. Nu zijn we blijkbaar te goed. Jammer, want dat traject had ik graag gebruikt om onze kwaliteit verder te verbeteren.’ 

Maar met de rekenaudit is ze ontegenzeggelijk blij. Aan onderwijsadviesbureau HCO leverde de school gegevens aan: het schoolplan, hun methoden, en de opbrengsten, schoolresultaten en trendanalyses. Door HCO werden deze verwerkt in een rapport waarna nog twee gesprekken met de school volgden. Het eindresultaat was ingekaderd op visie/beleid, kwaliteitszorg, schoolcultuur, schoolorganisatie en het onderwijsleerproces. Aangegeven werden de sterke en zwakke kanten, de aandachtspunten en tips. 

Concreet en doelgericht
‘Het waren heel prettige gesprekken’, vindt Striekwold. ‘Direct en met heel gerichte vragen. Het was lekker concreet, waarbij doelgericht over rekenonderwijs werd gesproken. Als ik het kort mag samenvatten, dan is de conclusie dat we na de visievorming ons rekenonderwijs kunnen gaan vormgeven, waarbij het goed is te denken aan het instellen van een rekenwerkgroep en het aanstellen van een coördinator. Ook werd onder meer aangeraden aan een meerjarenbeleid te denken op rekengebied, om trendanalyses te verankeren en didactische kwaliteiten van het personeel te versterken. Ten slotte werd geadviseerd in te zetten op teambuilding en persoonlijk meesterschap en goedlopende processen als leerlingenzorg en het kunnen omgaan met verschillen te borgen.’ 

Veel verrassends vond de directeur niet terug in het rapport. ‘Nee, het was  niet zo dat er veel opzienbarends boven tafel is gebracht. Dat moet je ook niet verwachten. Maar de aandachtspunten krijg je op onderdelen, helder en mooi geordend aangeleverd met duidelijke tips erbij, en dat is de meerwaarde. Heel belangrijk voor ons is eerst onze visie duidelijk te krijgen.  Nu zetten we bijvoorbeeld te weinig materialen in, en het is de wens van kinderen, ouders en team om daarmee meer te gaan werken. Daarbij moeten we ook waken voor kwaliteit, want de resultaten moeten uiteindelijk wel omhoog gaan. Om deze te bewaken, geeft het auditrapport een duidelijk handvat. Als we onze visie helder hebben, dan wordt dit voor ons team het discussiestuk over rekenonderwijs.’ 

De rekenaudit vond Striekwold qua tijdsinvestering goed te doen. ‘Die viel  erg mee: voor de audit moet je schoolinformatie aanleveren en je hebt twee gesprekken. Wat het ons heeft opgeleverd is dat we nu gerichter aan de vernieuwing van ons rekenonderwijs kunnen gaan werken dan we hadden gedaan zonder audit. De deelgebieden hebben we beter in beeld gekregen en nu kunnen we aan de slag met het verbeteren van het rekenonderwijs. Daarbij hoort zeker ook onze eigen instructie onder de loep nemen). De vraag of we wel op de juiste manier lesgeven is extra getriggerd door het rapport, de conclusies en tips. We zijn weer scherp, we laten dit niet meer liggen.’ 

Het project ‘Alle Scholen in Beweging’ organiseert in de periode 2009-2011 activiteiten om scholen en schoolbesturen aan te zetten tot duurzame verbetering van het taal- en rekenonderwijs. Het delen van kennis en ervaring staat centraal, waarbij scholen gestimuleerd worden bij elkaar ‘in de keuken’ te kijken. Op verzoek van de PO-Raad is aan de uitvoeringsgroep van EDventure, Kennisnet en de gezamenlijke Landelijke Pedagogische Centra (APS, CPS, KPC Groep) gevraagd het project uit te voeren. Een school kan een expert uitnodigen om een Taal- of rekenaudit uit te voeren. In één dag tijd wordt onderzoek uitgevoerd naar de resultaten, methoden en werkwijzen, en wordt een analyse gemaakt. De audit biedt concrete handreikingen voor verbetering van het rekenonderwijs. 

Nadere informatie kunt u vinden op: www.allescholeninbeweging.nlTekst: Hedda Schut, in opdracht van EDventure
Foto: Hans Hordijk